Apport
Ik ben een zoekmachine.
Vandaag ben ik tot de sobere ontdekking gekomen dat de meeste vragen die Peter mij stelt met zoeken en vinden te maken hebben. Hij zoekt iets en ik moet het vinden.
Dat stoort me enorm. Niet om het een of ander, maar sinds de kinderen zijn mijn hersenen zo gehersenspoeld, dat ik hysterisch opspring als ik alleen maar de woorden “Weet je waar…” hoor.
“Weet je waar die stiften liggen?”
“Weet je waar mijn spijkerbroek is?”
“Weet je waar de schroevendraaier ligt?”
Ja of nee antwoorden zou in principe voldoende moeten zijn. Bij nee ben ik er vanaf en bij ja hoef ik alleen maar toe te voegen waar het bewuste item te vinden is.
Maar nee, ik spring dus hysterisch op en ga als een dolle mina – met bh dan wel – het huis rond om die spijkerbroek, schroevendraaier of stiften te vinden. Ik neem geen genoegen met het vertellen van de vindplaats, neen, mijn hele lichaam, geest en ziel, mijn hele wezen schreeuwt: IK MOET HET VINDEN.
Ik ben een zoekmachine. Een speurhond. Een dolgedraaide huismoeder die haar hersenen alleen nog weet te trainen met het apporteren van materie.
Lieve help, waar moet dat heen met mij?
Comments: