Go to content Go to sidebar

Vakantie

De vakantie zit erop. We zijn weer terug.

Dit is mijn zoon Luuk. Hij is vijf jaar en heeft nog nooit een schone mond gehad. Bijzonder kind.

Hij heeft een nieuw woord verzonnen. Het woord luidt als volgt: zeemuizen. Zo noemt hij uit de kluiten gewassen kikkervisachtigen. Ja, ik weet ook niet precies wat het waren, maar ze leken daar in ieder geval op. Hij zag ze in een beekje in Frankrijk. Zeemuizen dus.

Verder staat zijn mond niet stil. Ik word er zo moe van. Op de terugweg zat ik achterin in verband met de wagenziekte van Sem. Ik heb hem vijf uur lang aan moeten horen.

“Mam, wat vind jij de mooiste hotwheel, deze of deze?”
“Die”, zeg ik zonder te kijken.
“Die blauwe?”
“Ja.”

“Mam, is dat een kasteel?”
“Ja.”
“Waarom zeg je altijd ja?”
“Omdat het zo is.”
“Is dat echt een kasteel?”
“Ja.”

“Mam, denk je dat ‘ie hier of hier of hier komt?”
“Daar.”
“Nee, mis.”
“Mam…”

Op een gegeven moment riep ik wanhopig: “Luuk, ik wil niet meer praten.” “Ja maar, ik moet praten! Sem, Sem, weet je wat Godson altijd doet?”

Dat praten, dat heeft ‘ie van mijn moeder. Dat is ook zo’n schatje, maar ze heeft wel tekort vel. Als je wilt weten wat die uitdrukking betekent, moet je mijn vader maar bellen. En als je zijn nummer niet hebt, moet je mij maar bellen. Maar ja, je zal mijn nummer ook wel niet hebben. Dan houdt het op.

Comments:

Textile hulp